DE BESTE…

Bob zit hard te werken. Hij heeft er een kleur van op zijn wangen. Hij moet sommen maken, en dat vindt hij toch zo moeilijk! Taal ook wel,… maar rekenen…, brr. Vaak begrijpt hij het niet. En als hij het dan wil vragen aan de meester hoort hij andere kinderen grinniken! O, ja en dan durft hij het niet meer. Natuurlijk helpt de meester hem wel, en dan gaat het een stuk beter. Maar hij heeft nog nooit hoger dan een 6 gehaald. Soms is hij er heel verdrietig van. Er zijn zelfs kinderen die hem uitschelden voor “DOMKOP”! Hij houdt zich dan flink, en geeft ze soms een klap of een schop, maar diep in zijn hart doet het pijn!
“Ja jongens, allemaal je rekenboek opruimen en je schrift inleveren.” Oei,… is hij wéér niet op tijd klaar! Remco, die Bob langs ziet lopen zegt achter z’n hand: “Ha, ha, slome domkop.” Bob voelt de tranen in zijn ogen prikken. O… hij zál hem. Hij zal hem straks wel eens even pakken…! De meester kijkt vragend van Remco naar Bob. “Is er iets.. jongens?” “Nee meester.” “ Echt niet?… Ik dacht het??!!?” Meester Pen zegt verder niets, en richt zich tot de klas: “ Zo jongens en meisjes . We gaan vandaag iets knutselen voor het Winterproject. Jullie weten dat er dan mensen komen kijken, en daarom gaan we iets leuks maken. Vandaag gaan we figuurzagen!” WOUW!!!! Hier wordt Bob tenminste weer wat vrolijker van! Figuurzagen… dát kan hij wel! De kinderen moeten allemaal schaatsen uitzagen. Best een moeilijk karwei. Ze gaan aan de slag. Bob werkt hard door. Nu zijn z’n wangen nog roder! Kijk eens hoe goed het gaat! Hij kijkt eens rond om te zien hoe ver de anderen al zijn. Hè?! Hoe kan dat nou? Die zijn nog lang zover niet als hij! En.. ooo, kijk eens naar Remco! Die heeft al 3 zaagjes gebroken en er is een stukje hout afgebroken van schaats waar hij mee bezig is. Bovendien heeft hij nog scheef gezaagd ook! Tjonge… , in zijn hart voelt Bob zich nu best wel trots. “Ha, ha…, net goed” denkt hij. Dan had Remco hem maar niet uit moeten lachen. Bob werkt ondertussen hard door, en is als eerste klaar. “Meester, ik ben klaar”. “Goed zo Bob, laat maar eens zien.” “O, maar dat heb je mooi gedaan! Jongens en meisjes, kijk eens! Kijk eens, hoe mooi Bob die schaatsen heeft uitgezaagd! Je mag ze gaan verven Bob.” Remco kijkt met een boos gezicht naar Bob die steekt stiekem zijn tong even uitsteekt naar Remco. “Bah!” denkt Remco. “Dat mij dit nou niet lukt. Geef mij maar sommen, die kan ik tenminste. En moet je zien zeg.., die Slome Domkop is al klaar! Hoe is het mogelijk.” Ja en als Remco eerlijk is, moet hij wel toegeven dat de schaatsen van Bob er wel heel mooi uitzien! De klas werkt hard door. De schaatsen worden bij de één mooier dan bij de ander, maar ze doen allemaal hun best. Bob heeft zijn schaatsen al geverfd. Het zijn net échte Noren geworden. De meester vindt ze zo mooi geworden, dat hij ze aan de klas laat zien. “ Kijk eens jongens en meisjes, wat een mooie schaatsen Bob heeft gemaakt.” De klas wordt er stil van. En Bob wordt verlegen. De meester geeft de schaatsen van Bob een mooi plaatsje.
De volgende dag vertelt de meester een Bijbelverhaal. “Jongens en meisjes, de Here Jezus vertelde eens dit verhaal aan de mensen. Een rijke baas ging naar het buitenland op reis. Hij vertrouwde zijn geld toe aan zijn knechten. Zij moesten er goed voor zorgen, zolang hij weg was. De ene knecht moest voor € 5000,– zorgen, een andere knecht voor € 2000,– en de derde knecht moest voor € 1000,– zorgen. De rijke baas hield er rekening mee met wat ze konden. Toen hij het geld verdeeld had ging hij weg. De man die voor de € 5000,– moest zorgen, begon er onmiddellijk zaken mee te doen. Hij werkte zo hard, dat hij er € 5000,– bij verdiende! De man die voor € 2000,– moest zorgen, deed precies het zelfde. Hij werkte ook hard en verdiende er € 2000,– bij. Maar de man die voor € 1000,– moest zorgen, groef een gat in de grond om daarin het geld te bewaren. “Voor alle zekerheid”, dacht hij. Na een lange tijd kwam de rijke baas terug van zijn reis, en riep zijn knechten bij zich omdat hij zijn geld weer wilde hebben. De knecht die hij € 5000,– had toevertrouwd gaf hem € 10.000,– terug. “Kijk eens meneer, ik heb er € 5000,– bij verdiend.” “Nou, nou, dat heb je goed gedaan,“ zei de rijke baas. “Jij bent een goede en betrouwbare man. Omdat je zo goed voor dit kleine bedrag hebt gezorgd, zal ik je heel belangrijke dingen laten doen. Wees er blij om!” Daarna was de man die voor de € 2000,– moest zorgen aan de beurt. “Kijk eens meneer, u gaf mij € 2000,– en ik heb er € 2000,– bij verdiend!” “Prima, wat een goede en betrouwbare knecht ben jij. Je hebt goed je best gedaan. Daarom mag jij nu belangrijkere dingen doen. Jij mag er echt blij mee zijn!” Toen moest de man die voor de € 1000,– moest zorgen, bij de rijke baas komen. “Meneer” zei hij, “ik weet dat u heel streng bent. Ik was bang dat, wanneer ik geld zou verdienen, u het van mij zou afpakken. Daarom heb ik uw geld in een gat in de grond gestopt. Het is gelukkig niet gestolen. Hier heeft u de € 1000,– weer terug.” De rijke baas antwoordde boos: “Wat ben jij een slechte en luie knecht zeg! Je wist dat ik streng ben, en het geld zou willen hebben. Had het dan in elk geval op de bank gezet! Dan had ik nog rente gekregen! Ik pak die € 1000,– inderdaad van je af, en zal het geven aan de knecht die mij € 10.000,– gaf! Want wie goed gebruik maakt van wat hij heeft, zal er nog meer bij krijgen. Maar wie niets doet met wat hij heeft, wordt alles afgepakt! Ik kan jou niet vertrouwen. Er valt niets met jou te beginnen! Ga maar gauw weg, en je mag niet meer terug komen.” “Dat is mijn verhaal,” had de Here Jezus gezegd. “Let op! Als Ik terug kom op de wolken, zal Ik op Mijn troon zitten en dan roep Ik iedereen bij Me. Hield je veel van Mij, en deed je goed je best om Me blij te maken, dan mag je op het feest komen. Maar als je niet van Mij hield, en Me ook niet blij wilde maken, mag je niet op het feest komen.”
Toen de kinderen dit verhaal gehoord hadden moesten ze even zuchten. Tjonge zeg, wát een verhaal. De meester keek de klas eens rond. “Kinderen”, zei hij. “Weet je wat er nog meer mee bedoeld wordt? Als je bijvoorbeeld de beste van de klas bent met rekenen, zoals Remco, doe dan goed je best om steeds goede cijfers te halen. Als je bijvoorbeeld goed bent in figuurzagen, en daarmee de beste van de klas bent, zoals Bob, doe dan altijd goed je best om het zo mooi mogelijk te doen. Andere kinderen zijn bijvoorbeeld goed in tekenen, gym, of kunnen heel netjes schrijven. Weer andere kinderen kunnen misschien mooie schilderijtjes borduren of goed met lego bouwen! Zo kun je nog veel meer opnoemen. Iedereen is wel ergens goed in. Soms wel in een paar dingen! Blijf dan altijd goed je best doen, maar lach anderen die het niet zo goed kunnen nooit uit! Jij hebt ook wel iets waar je niet goed in bent. Dat is helemaal niet erg. Maar lach vanaf nu elkaar nooit meer uit, maar help elkaar, en wees blij met wat je goed kunt. Doe je best om de dingen die je nog niet zo goed kunt, beter te doen, zodat je in steeds meer dingen goed wordt! “
“Weet je wat we doen? Ik deel blaadjes uit. Schrijf daar je naam maar eens op, en schrijf er achter waar jij goed in bent. Dan kom je het bij mij brengen, en als ik alle blaadjes heb, lees ik het voor, en mag je even gaan staan.”
Zo gingen die ochtend alle kinderen staan, om aan de anderen te laten zien wat ze goed kunnen. Ook Bob. Hij glom ervan! “Zo jongens en meisjes, zullen jullie dit goed onthouden? Dan gaan we nu allemaal aan het werk.”
Een poosje later werd er op de deur geklopt. Daar kwam meester ‘t Hoofd binnen. “Hallo allemaal. Jullie weten dat er in verband met het Winterproject hier o school binnenkort mensen hier komen kijken. Het is een soort Open-huis. Nu komen er op een middag nogal belangrijke mensen kijken, en één van die mensen is de minister van Onderwijs. Die willen we natuurlijk graag een bosje bloemen geven. Ik denk dat één van jullie dat wel zou kunnen doen.” Direct gingen alle vingers omhoog. “Ja jongens en meisjes, dat wordt wel een beetje moeilijk. Jullie kunnen natuurlijk niet met z’n allen één bosje bloemen geven!” “Laat mij het dan maar zeggen. Voor deze keer mag de béste van de klas de bloemen geven. Ga maar even staan”. Wat gebeurde er toen? Je snapt het vast wel. Alle kinderen in de klas gingen staan! “Nee,” zei meester ‘t Hoofd, “ik bedoel béste!” Meester Pen begon te lachen. “Ja meester ‘t Hoofd, ze zijn allemáál de beste!” “Allemaal??? Hoe kan dat nou??” Toen vertelde meester Pen wat ze die ochtend met elkaar ontdekt hadden. Dat álle kinderen wel ergens de béste in zijn, en dat ze beloofd hadden elkaar nooit meer uit te lachen wanneer iemand iets niet goed kan, want die kan iets anders weer veel beter dan jij. Meester ‘t Hoofd vond het heel goed wat hij hoorde. “Tjonge zeg, dan wordt het nog moeilijk!” Hij keek de klas eens rond, en zag hoe Bob zat te glimmen! “Bob heet jij toch ik hè? Zou jij die bloemen willen geven?” “Ja meester, dat wil ik wel!” “Maar Bob, je moet me wél even vertellen waar jij de beste in bent.” “Ik kan goed figuurzagen, meester!” “Figuurzagen? Maar Bob, dat is toch heel moeilijk?” “Voor mij niet meester. Kijk maar, die schaatsen heb ik gemaakt!” “Tjonge, wat een mooie schaatsen zeg! Fijn Bob, daar mag je wel heel blij mee zijn!” zei meester ‘t Hoofd. Tegen meester Pen zei hij: “Goed, dat is dan geregeld,” en tot de klas: “tot ziens allemaal.“ Toen ging hij weer de klas uit. Bob z’n dag kon niet meer stuk. Hij, Bob, de sléchtste van de klas met rekenen en al die andere dingen waar hij niet goed in is! Hij, de Slome Domkop, mag zómaar de bloemen geven omdat hij óók de beste is. De béste met figuurzagen. Hij heeft gewoon de kriebels in zijn buik van blijdschap. Dat meester ‘t Hoofd hém heeft uitgekozen…..
Toen Bob die middag thuis kwam uit school vertelde hij in geuren en kleuren wat er gebeurd was. Ook papa en mama werden er heel blij van. Ze hadden al zo vaak voor gebeden dat Bob zou ontdekken dat hij óók iets goed kan, en nu was hun gebed verhoord! Samen met Bob danken ze de Here Jezus.
En meester Pen? Ook hij is blij en trots op zijn klas dat ze het zo goed begrepen hadden. “Ja,“ dacht hij, “het is een bijzondere klas… Een bovenste béste klas….!!!!”

©<><Aletta Feenstra van den Bosch.

Menu